Italiaans : Nederlands Andrà tutto bene! = Alles zal goed gaan! ci si può innamorare = men kan verliefd worden la memoria = het geheugen, de herinnering com'è andata = hoe is het gegaan storto / a = scheef, verkeerd l'atteggiamento = de houding verso il futuro = ten aanzien van de toekomst pessimista = pessimistisch in genere = over het algemeen scettico / a = sceptisch fiducioso / a = vertrouwen hebbend dare l'addio a qualcuno = van iemand afscheid nemen l'addio = het afscheid il bacio = de kus la lacrima = de traan litigare = ruzie maken lo sfogo = de ontlading, het afreageren la realtà = de werkelijkheid l'età = de leeftijd fare gli auguri a qualcuno = iemand feliciteren coltivare = onderhouden ammettere = toegeven, erkennen provare = voelen l'invidia = de afgunst, de jaloezie mi raccomando = denk eraan!, alsjeblieft! raccomandare = aanraden sereno / a = rustig, kalm chissà = wie weet tra poco = binnenkort in tre = met z'n drieën invidioso / a = jaloers, afgunstig incoraggiare = aanmoedigen la raccomandazione = het advies, de aanbeveling