Frans : Nederlands des lunettes = een bril le temps = de tijd une tasse = een kop(je) une tasse de thé = een kop thee un verre = een glas un verre de lait = een glas melk notre livre = ons boek nos livres = onze boeken leur livre = hun boek leurs livres = hun boeken sans vêtements = zonder kleren peut-être = misschien avoir soif = dorst hebben boire = drinken demander à Matthias = vragen aan Matthias dire = zeggen mettre = zetten vendre = verkopen c'est fini = het is gedaan il n'y a plus de pain = er is geen brood meer ne ... plus = niet ... meer une baguette = een stokbrood un croissant = een croissant un pain = een brood un menu = een menu la bière = het bier le chocolat = de chocolademelk le jus de fruits = het fruitsap la limonade = de limonade le lait = de melk le café = de koffie le coca = de cola le thé = de thee le vin = de wijn