to move to laugh to discover
to repeat to happen to be
to have to do to say
to go can to get
would to make to know
will to think to take
to see to come could
to want to look
ontdekken

lachen

verhuizen

zijn

gebeuren

herhalen

zeggen

doen

hebben

krijgen

kunnen

gaan

weten

maken

zou / zouden

nemen

denken

zullen

kon / zou kunnen

komen

zien

kijken

willen