Come ti chiami? chiamarsi Questo è Piero.
questo / questa …, vero? vero / vera
un amico Piacere.
Completate. completare lui
lei un'amica
Dit is Piero. heten Hoe heet jij?
waar / juist …, toch? deze / dit
Aangenaam. een vriend ja
hij aanvullen / afmaken Vul aan.
een vriendin zij (3e persoon enkelvoud)