Italiaans : Nederlands come antipasto = als voorgerecht l'antipasto = het voorgerecht al pomodoro = tomaten- / met tomaten il fungo = de paddenstoel i funghi = de paddenstoelen di primo = als eerste gang il minestrone = de minestrone / de groentesoep le orecchiette = pastasoort in de vorm van oortjes il pesto = de pesto i cannelloni = de cannelloni gli spinaci = de spinazie i calamari = de inktvisringen alla siciliana = op Siciliaanse wijze il coniglio = het konijn in umido = in saus Mah, veramente non so … = Hm, ik weet eigenlijk niet … non so = ik weet niet sapere = weten Avete anche le lasagne? = Hebben jullie / Hebt u (mv) ook lasagne? Mi dispiace. = Het spijt me. dunque = dus provare qc = iets proberen molto / molta = veel la fame = de honger beviamo = we drinken bevo = ik drink bere = drinken gli alcolici = de alcoholische dranken il quarto = het kwart / de kwart liter il vino della casa = de huiswijn i piatti del giorno = de gerechten van de dag / het menu van de dag il giorno = de dag