Italiaans : Nederlands tantissimo = heel veel finire le scuole = de school afmaken la pensione = het pensioen lasciare qc = iets verlaten / iets opgeven lasciare qn = iem verlaten / iem opgeven il posto = de plaats / de arbeidsplaats le Ferrovie dello Stato = de Italiaanse Spoorwegen ho chiuso la mia attività = ik ben opgehouden met werken l'attività = de activiteit / het werk trovare qc = iets vinden farsi una famiglia = een gezin stichten dal 1998 al … = van 1998 tot … la festa = het feest il cognato = de zwager la cognata = de schoonzus il marito = de echtgenoot / de man i genitori = de ouders