Italiaans : Nederlands lassù = daarboven prendere = bereik hebben essere fuori = buitenshuis zijn Dimmi un po’… = Vertel eens … avere intenzione di fare qc = iets van plan zijn te doen concreto / concreta = concreet fammi sapere = laat me weten ci avevo già pensato = ik had daar al aan gedacht pensarci = eraan denken chiamatemi pure = bel me gerust mettersi d’accordo = afspreken Ma figurati! = Geen dank. / Graag gedaan. Stammi bene. = Het beste. la lettera = de letter