| de keer dat iemand ontslagen wordt, dat hij niet meer bij zijn baan mag werken | vanaf / sedert | weggaan |
| zorgen dat je iets nuttigs doet met je tijd, dat je geen tijd verspilt | het plan voor de dag: welke dingen er op welk moment van de dag moeten gebeuren | dit woord gebruik je als onderwerp als je over jezelf praat |
| ik ging aan het werk | hij had weinig te doen | het café |
| iemand ergens niet naar binnen laten gaan | je bent niet welkom als mensen het niet fijn vinden dat je er bent | hij zorgde dat ik niet kon studeren |
| verder | wat betreft leeftijd | iets kort opschrijven om het te onthouden / notities maken |
| tijdens meerdere jaren | iemand stelt zich voor / iemand vertelt wat zijn naam is | wat was hij aan het doen |
| zacht praten zonder je stem te gebruiken (iemand fluistert iets) |
| vertrekken - vertrok - vertrokken | sinds | het ontslag |
| ik hield mij aan een strak schema | de dagindeling | de tijd goed gebruiken |
| de kroeg | hij had weinig omhanden | ik ging aan de slag |
| hij hield mij van het studeren af | niet welkom zijn | iemand de toegang weigeren |
| aantekeningen maken | qua leeftijd | voor de rest |
| waar was hij mee bezig | zich voorstellen | al jaren |
| fluisteren |