Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Italiaans Nederlands
  • la taglia = de maat
  • Porto la 42 = Ik draag maat 42
  • Come vanno? = Hoe zitten ze?
  • Sono stretti = Ze zitten krap
  • il modello = het model
  • Dice? = Vindt u?
  • Non sono convinto / a = Ik ben niet overtuigd
  • Eventualmente li posso cambiare? = Kan ik ze eventueel ruilen?
  • cambiare = ruilen
  • Non c'è problema = Geen probleem
  • far vedere = laten zien
  • Come no? = Natuurlijk!
  • il / la cliente = de klant
  • la gonna è larga = de rok is wijd
  • allungare = langer maken
  • un pochino = een beetje
  • il numero = de schoenmaat
  • fare shopping = winkelen
  • il paradiso = het paradijs
  • la torre = de toren
  • poco / a = weinig
  • di tutto = van alles
  • la moda = de mode
  • il gioiello = het juweel
  • l'arredamento = de huisinrichting
  • l'area dello shopping = het winkelgebied
  • caratteristico / a = karakteristiek
  • antico = oud
  • il mercato = de markt
  • la bancarella = de kraam
  • la salumeria = de luxe vleeswarenwinkel
  • squisito / a = verfijnd, exquis
  • i salumi = de vleeswaren
  • il prosciutto = de ham
  • la mortadella = de mortadella
  • il panificio = de bakkerij
  • il sinonimo = het synoniem
  • alto / a = hoog
  • la qualità = de kwaliteit
  • infine = tenslotte
  • l'enoteca = de wijnwinkel, het proeflokaal
  • l'acquisto = de aankoop
  • pregiato / a = eersteklas
  • il fruttivendolo = de groenteman
  • l'arancia = de sinaasappel
  • il macellaio = de slager
  • la panetteria = de bakkerswinkel
  • la pescheria = de viswinkel