Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Duits Nederlands
  • fertig = klaar
  • abholen = afhalen
  • die Einladung = de uitnodiging
  • fast = bijna
  • der Eindruck = de indruk
  • drinnen = binnen
  • später = later
  • schief gehen = misgaan
  • der Tisch = de tafel
  • hinten = achterin
  • sich setzen = gaan zitten
  • die Bühne = het podium
  • da drüben = daarginds
  • peinlich = pijnlijk
  • zu Anfang = in het begin
  • sich gewöhnen an = wennen aan
  • der Pullover = de trui
  • die Uhr = het horloge
  • die Mannschaft = het team
  • die Ausbildung = de opleiding
  • das Angebot = het aanbod / de aanbieding
  • sich trauen = durven
  • entfernt = vandaan
  • das Trikot = het voetbalshirt
  • das Heimspiel = de thuiswedstrijd
  • pfeifen = fluiten
  • die Bettwäsche = het beddengoed
  • der Nebenjob = het bijbaantje
  • billig = goedkoop
  • das Ausflugsziel = de reisbestemming
  • das Rennen = de wedstrijd
  • erhalten = krijgen