Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Duits Nederlands
  • das Bedürfnis = de behoefte
  • billig = goedkoop
  • im Durchschnitt = gemiddeld
  • der Eintritt = de entree / entree
  • erhalten = ontvangen
  • die Klamotten = de kleren
  • sich leisten = zich veroorloven
  • manche = sommige
  • nach wie vor = nog altijd
  • das Taschengeld = het zakgeld
  • die Baumwolle = het katoen
  • das Beispiel = het voorbeeld
  • brauchen = nodig hebben
  • der Erfolg = het succes
  • feucht = vochtig
  • gerade = net
  • die Größe = de maat
  • herstellen = produceren
  • schmutzig = vuil
  • das Zelt = de tent
  • bedeuten = betekenen
  • beschließen = besluiten
  • damals = toen
  • ersetzen = vervangen
  • der Geldschein = het bankbiljet
  • das Geschäft / der Laden = de winkel
  • jedoch = echter
  • das Mitglied = het lid
  • verwenden = gebruiken
  • behaupten = beweren
  • erfinden = uitvinden
  • der Imbiss = de snackbar
  • mischen = mengen
  • das Öl = de olie
  • der Streit = de ruzie
  • sogar = zelfs
  • der Topf = de pan
  • die Zutaten = de ingrediënten