Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Duits Nederlands
  • aufmachen = opendoen
  • feiern = vieren
  • das Fest = het feest
  • froh = blij
  • das Glück = het geluk
  • tanzen = dansen
  • die Tür = de deur
  • die Wohnung = het appartement
  • ein bisschen = een beetje
  • es gibt = er is / er zijn
  • früher = vroeger
  • geschlossen = gesloten
  • langsam = langzaam
  • die Lust = de zin
  • schnell = snel
  • die Stunde = het uur
  • arbeiten = werken
  • bekommen = krijgen
  • einladen = uitnodigen
  • die Eintrittskarte = de entreekaart
  • kein = geen
  • laufen = lopen
  • schenken = cadeau geven
  • zu = te
  • dauern = duren
  • der Feiertag = de feestdag
  • finden = vinden
  • groß = groot
  • klein = klein
  • überall = Overal
  • singen = zingen
  • wunderbar = prachtig