Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Duits Nederlands
  • ab = vanaf
  • aber = maar
  • einkaufen = winkelen
  • früher = vroeger
  • genug = voldoende
  • das Handy = het mobieltje
  • die Jugendlichen = de jongeren
  • lieben = houden van
  • möglich = mogelijk
  • die Schulsachen = de schoolspullen
  • die Seite = de kant
  • der Urlaub = de vakantie