Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Duits Nederlands
  • ausstatten = inrichten
  • das Dachgeschoss = de zolder
  • die Daten = de gegevens
  • die Gier = de hebzucht
  • das Herz = het hart
  • heutzutage = tegenwoordig
  • die Kaution = de borg
  • mieten = huren
  • das Mitglied = het lid
  • die Nähe = de buurt
  • nutzen = gebruiken
  • der Quadratmeter = de vierkante meter
  • tauschen = ruilen
  • die Vereinbarung = de overeenkomst
  • die Wand = de muur