Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Duits Nederlands
  • das Tor = het doel
  • gewinnen = winnen
  • vier zu eins = vier tegen een
  • Handball spielen = handballen
  • Beachvolleyball spielen = beachvolleyballen
  • der Punkt = het punt
  • Basketball spielen = basketballen
  • Bowling spielen = bowlen
  • Tennis spielen = tennissen
  • der Tennisschläger = het tennisracket
  • der Tennisplatz = het tennisveld
  • Golf spielen = golfen
  • der Golfplatz = het golfterrein
  • schwimmen = zwemmen
  • das Schwimmbad = het zwembad
  • Das Meer = de zee
  • der See = het meer
  • das Boot = de boot
  • rudern = roeien
  • das Ruderboot = de roeiboot
  • segeln = zeilen
  • das Segelboot = de zeilboot
  • surfen = surfen
  • das Surfbrett = de surfplank
  • Wasserski fahren = waterskiën
  • tauchen = duiken
  • der Taucheranzug = het duikpak
  • die Taucherbrille = de duikbril
  • laufen = hardlopen
  • die Gymnastikübung = de gymnastiekoefening
  • die Frühgymnastik = de ochtendgymnastiek
  • Rad fahren = fietsen
  • das Fahrrad = de fiets
  • der Fahrradverleih = de fietsverhuur
  • das Mountainbike = de mountainbike
  • mieten = huren
  • das Feuer = de brand
  • Vorsicht = voorzichtig
  • Achtung = let op
  • aufpassen = opletten
  • gefährlich = gevaarlijk
  • die Feuergefahr = het gevaar voor brand
  • Feuer Feuer! = brand brand!
  • es brennt = er is brand
  • der Feuerlöscher = de brandblusser
  • der Notruf = het alarmnummer
  • den Weg zeigen = de weg wijzen
  • die Feuerwehr = de brandweer
  • löschen = blussen