Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Duits Nederlands
  • alleine = alleen
  • blau = blauw
  • dort = daar
  • dies = dit
  • dunkel = donker
  • Idee = het idee
  • Dein = jou
  • Laptop = de laptop
  • mir selbst = mezelf
  • gerade = net
  • Platz = de plek
  • Fenster = het raam
  • Stuhl = de stoel
  • Tisch = de tafel
  • übrigens = trouwens
  • zweifeln (ich zweifle noch) = twijfelen
  • warum = waarom
  • Winter = de winter
  • Dachboden = de zolder
  • Sommer = de zomer
  • Sonne = de zon