Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Duits Nederlands
  • wichtig = belangrijk
  • die Lebensmittel = de levensmiddelen
  • frisch = vers
  • oben = boven
  • unten = beneden
  • kaufen = kopen
  • die Menge = de hoeveelheid
  • bestätigen = bevestigen
  • der Laden = de winkel
  • die Läden = de winkels
  • liefern = leveren
  • versprechen = beloven
  • günstig = gunstig
  • stolz sein = trots zijn
  • freundlich = vriendelijk
  • zuverlässig = betrouwbaar
  • der Mitarbeiter = de medewerker
  • die Mitarbeiter = de medewerkers
  • der Erfolg = het succes
  • die Treue = de trouw
  • überall = Overal
  • jeden Tag = iedere dag
  • bestimmen = bepalen
  • der Lieferant = de leverancier
  • weniger = minder
  • üblicherweise = gewoonlijk
  • aufwendig = luxueus, kostbaar
  • äußerst = uiterst, uitermate