Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Duits Nederlands
  • der Abend = de avond
  • die Abende = de avonden
  • abfahren = vertrekken
  • der Ausflug = de excursie
  • die Ausflüge = de excursies
  • das Auto = de auto
  • die Autos = de auto's
  • Berlin, 28. September = Berlijn, 28 september
  • besichtigen = Bezichtigen
  • der Blick = de blik
  • das Dorf = het dorp
  • die Dörfer = de dorpen
  • die Eltern = de ouders
  • das Essen = het eten
  • fahren = rijden
  • das Frühstück = het ontbijt
  • gut = goed
  • das Hotel = het hotel
  • die Hotels = de hotels
  • kennenlernen = leren kennen
  • Lieber Dominik, liebe Sophie! = Beste Dominik, beste Sophie!
  • der Nachmittag = de middag
  • die Nachmittage = de middagen