Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Duits Nederlands
  • der Abfall = het vuilnis
  • der Abfalleimer = de vuilnisemmer
  • abgeben = inleveren
  • anmachen = aandoen (apparaat)
  • aufstehen = opstaan
  • ausfüllen = invullen
  • ausmachen = uitdoen (apparaat)
  • beachten = in acht nemen, zich houden aan
  • beleidigen = beledigen
  • bitten = verzoeken
  • drinnen = binnen
  • die Durchsage = de omroep
  • die Durchsagen = de omroepen
  • erlauben = toestaan
  • die Erlaubnis = de toestemming
  • früh = vroeg
  • gegen = tegen
  • frech = brutaal
  • höflich = beleefd
  • der Lärm = het lawaai
  • laufen = lopen
  • putzen = schoonmaken
  • rauchen = roken
  • sauber = schoon
  • schmutzig = vies
  • verbieten = verbieden
  • das Verbot = verbod
  • die Verbote = verboden
  • versprechen = beloven
  • tagsüber = overdag
  • duzen = jijzeggen
  • siezen = u-zeggen
  • morgens, am Morgen = ‘s morgens
  • vormittags, am Vormittag = ’s ochtends
  • nachmittags, am Nachmittag = ’s middags
  • abends, am Abend = ’s avonds
  • nachts, in der Nacht = ’s nachts
  • um Mitternacht = om middernacht