Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Duits Nederlands
  • Ich spiele gern Tennis. = Ik tennis graag.
  • Ich spiele lieber Fussball. = Ik voetbal liever.
  • Am liebsten sehe ich fern. = Het liefst kijk ik TV.
  • Ich liebe Tanzen. = Ik hou van dansen.
  • Das ist nett von Ihnen. = Dat is aardig van u.
  • toll, super, geil. = Dat is geweldig, kei gaaf, vet.
  • Ich finde, dass..... = Ik vind dat.....
  • Meiner Meinung nach...... = Volgens mij.....
  • Das macht nichts. = Dat geeft niet.
  • Das ist nicht schlimm. = Dat is niet erg.
  • Das ist mir egal / gleich. = Dat kan me niet schelen.
  • Kann ich Ihnen helfen? = Kan ik u helpen?
  • Kann ich Ihnen behilflich sein? = Kan ik u van dienst zijn?
  • Wie meinen Sie? = Hoe bedoelt u?
  • Ich habe keine Ahnung. = Ik heb geen idee.
  • Ich weiss es nicht. = Ik weet het niet.
  • Das verstehe ich nicht. = Dat begrijp ik niet.
  • Gut! Einverstanden = Goed. O.K.