Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Duits Nederlands
  • die öffentlichen Verkehrsmittel = Het openbaar vervoer
  • der Fahrgast = De Passagier
  • abfahren = Vertrekken
  • die Abfahrt = Het vertrek
  • ankommen = Aankomen
  • die Ankunft = De aankomst
  • die Verbindung = De aansluiting
  • die Strecke = Het traject
  • der Schalter = Het loket
  • eine Fahrkarte am Schalter lösen = Een kaartje aan het loket kopen
  • der Fahrkartenautomat = De Kaartjesautomaat
  • die Wochenkarte = De weekkaart
  • die Monatskarte = De maandkaart
  • die Tageskarte = De dagkaart
  • auf / einsteigen = Op / instappen
  • ab / aussteigen = Af / uitstappen
  • umsteigen = Overstappen
  • der Fahrplan = De dienstregeling / het reisschema
  • täglich = dagelijks
  • an Werktagen = Op werkdagen
  • an Sonn- und Feiertagen = Op zon- en feestdagen