Woordenlijsten Engels Anglia Anglia level 3: Primary Grammar and Structures List verbs

Anglia

Anglia

Woordjes leren voor het Anglia-examen doe je met Wozzol! Voor de Anglia niveaus First Step, Junior, Primary en Preliminary zijn er woordenlijsten. Ga voor meer informatie over Anglia naar: www.anglianetwork.eu.

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

Acties:

Engels-Nederlands

 

They can cook. = Zij kunnen koken.

 

He can play the guitar. = Hij kan gitaar spelen.

 

John isn't studying now. = John is nu niet aan het studeren.

 

Sue doesn't like dogs. = Sue houdt niet van honden.

 

Is she eating her breakfast at the moment? = Is ze nu aan het ontbijten?

 

Are the children doing their homework? = Zijn de kinderen hun huiswerk aan het maken?

 

Do you have a computer? = Heb jij een computer?

 

Do they often go to the cinema? = Gaan zij vaak naar de bioscoop?

 

My brothers are playing football in the park at the moment. = Mijn broers zijn nu in het park aan het voetballen.

 

My brothers like playing football in the park. = Mijn broers spelen graag voetbal in het park.

 

My cat likes sleeping in the garden. = Mijn kat slaapt graag in de tuin.

 

I always take the bus to school. = Ik neem altijd de bus naar school.

 

She is thirteen years old. = Zij is dertien jaar.

 

My uncle lives in a small house. = Mijn oom woont in een klein huis.

 

There are four girls in the kitchen. = Er zijn vier meisjes in de keuken.

 

There is a book on the table. = Er ligt een boek op de tafel.