Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Engels Nederlands
  • cost = kost
  • price/cost = prijs
  • amount = bedrag
  • pay = betalen / betaal
  • please (asking for sth.)/ here you go (offering sth.) = alstublieft
  • receive = krijgt
  • in return = terug
  • waiter = ober
  • may (we have) = mogen
  • we = wij
  • bill = rekening
  • want to = willen
  • is paying = betaalt
  • wallet = portemonnee
  • forgotten = vergeten
  • bank card = pinpas
  • can = kan
  • pay by bank card = pinnen
  • yes of course = ja hoor
  • just a minute = momentje
  • bank-card code = pincode
  • key in = intoetsen
  • green = groene
  • button = knop
  • press = drukken
  • okay = oké
  • paid = betaald