Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Engels Nederlands
  • ago = geleden
  • alright = goed / in orde
  • better = beter
  • bigger = groter
  • busier = drukker
  • car = auto
  • cheap = goedkoop
  • closer = dichterbij
  • to compare = vergelijken
  • cup = kopje
  • dangerous = gevaarlijk
  • to decide = beslissen
  • diving = duiken
  • easy = gemakkelijk
  • to enter = meedoen
  • to forget = vergeten
  • friendlier = vriendelijker
  • hot = heet
  • newspaper = krant
  • option = keuze
  • owner = eigenaar
  • quiet = stil
  • quieter = stiller
  • relaxing = ontspannen
  • safe = veilig
  • sea = zee
  • to see / to watch = kijken
  • sick = ziek
  • tall = lang
  • transport = vervoer
  • worse = erger
  • piece = stuk
  • to plan = plannen
  • shirt = overhemd
  • shoe = schoen
  • size = maat
  • skirt = rok
  • socks = sokken
  • spring = lente
  • summer = zomer
  • to throw = gooien
  • trousers = broek
  • warm = warm
  • winter = winter
  • women = vrouwen
  • waiter = ober
  • tomorrow = morgen
  • tourist = toerist
  • train = trein
  • to travel = reizen
  • to visit = bezoeken
  • visitor = bezoeker
  • world = wereld
  • wrong = verkeerd
  • you're welcome = graag gedaan