Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Engels Nederlands
  • bread = brood
  • busy = druk
  • cook = kok / koken
  • cup = kopje
  • cupboard = kast
  • cut = knippen
  • fork = vork
  • fridge = koelkast
  • inside = binnen
  • knife = mes
  • nanny = kinderjuf
  • repair = repareren
  • salary = salaris
  • social = sociaal
  • soup = soep
  • cab = taxi
  • combine = combineren
  • employee = werknemer
  • hand = hand
  • real = echte
  • rules = regels
  • skills = vaardigheden
  • staff = personeel
  • teach = leren
  • taught = leerde / geleerd
  • think = denken
  • thought = dacht / gedacht
  • under = onder
  • waitress = serveerster
  • wear = dragen
  • customer = klant
  • have to = moeten
  • help = hulp
  • interview = sollicitatiegesprek
  • That's right. = Dat klopt.