Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Engels Nederlands
  • bit = stukje
  • accident = ongeluk
  • chocolate bar = chocoladereep
  • examine (to) = onderzoeken
  • fry (to) = bakken
  • get angry (to) – got angry = boos worden – werd boos
  • glue = lijm
  • happen (to) = gebeuren
  • invent (to) = uitvinden
  • melt (to) = smelten
  • potato = aardappel
  • powder = poeder
  • pull off (to) = los trekken
  • put (to) – put = (hier) doen – deed
  • slice (to) = in plakjes snijden
  • stick to (to) – stuck to = plakken aan – plakte aan
  • until = tot
  • weak = zwak