Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Engels Nederlands
  • emotion = emotie
  • to worry = zich zorgen maken
  • worried = bezorgd
  • worry = zorg
  • angry = boos
  • look = blik (in ogen)
  • to love = houden van
  • of course = natuurlijk
  • in love (with) = verliefd (op)
  • to fall in love (with) = verliefd worden (op)
  • darling = schat
  • to laugh (at) = lachen (om)
  • laughter = gelach
  • happy = gelukkig
  • to wish = wensen
  • kind = vriendelijk
  • date = afspraakje
  • to be fed up with something = iets zat zijn(1)
  • to be sick of something = iets zat zijn (2)
  • to cry = huilen
  • to shout = schreeuwen
  • a fool = een dwaas
  • to smile = glimlachen
  • smile = glimlach
  • wonderful = prachtig
  • to hate = haten
  • hate = haat
  • it's a pity = het is jammer
  • nightmare = nachtmerrie
  • surprise = verrassing
  • surprised = verbaasd
  • to my surprise = tot mijn verbazing
  • pleasant = prettig
  • sad = droevig
  • tear = traan
  • devil = duivel
  • problem = probleem
  • afraid = bang
  • terrible = verschrikkelijk
  • feeling = gevoel
  • proud (of) = trots (op)
  • disappointed = teleurgesteld
  • to be homesick = heimwee hebben
  • mood = stemming
  • jealous (of) = jalours (op)
  • to exist = bestaan
  • exciting = spannend
  • lonely = eenzaam
  • amazing = verbazingwekkend
  • upset = van streek
  • enthusiastic = enthousiast
  • to seem = lijken
  • to forgive = vergeven