Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Engels Nederlands
  • emotion = emotie
  • sad = bedroefd
  • to move = ontroeren
  • anger = boosheid
  • angry (with) = boos (op)
  • hatred/hate = haat
  • proud (of) = trots (op)
  • pride = trots
  • to envy = benijden
  • jealous (of) = jaloers (op)
  • to control = beheersen
  • ridiculous = belachelijk
  • disappointed = teleurgesteld
  • disappointment = teleurstelling
  • to be homesick = heimwee hebben
  • upset = overstuur
  • safe/secure = veilig
  • security = veiligheid/zekerheid
  • affection = liefde/genegenheid
  • to adore = aanbidden
  • disgusting = walgelijk
  • to appreciate = waarderen
  • sincere = oprecht
  • shy/timid = verlegen
  • to blush = blozen
  • among = onder
  • stranger = vreemde/vreemdeling
  • strange = vreemd
  • what a shame = wat zonde