Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Engels Nederlands
  • to rent = huren
  • rent = huur
  • to let = verhuren / te huur
  • landlady = hospita
  • landlord = huisbaas
  • to own = bezitten
  • owner = eigenaar
  • site = terrein
  • fragile = breekbaar
  • solid = stevig
  • bulb = gloeilamp
  • to stick = vastzitten
  • stain = vlek
  • cosy = gezellig/knus
  • burglar = inbreker
  • thoroughly = grondig
  • fence = hek/schutting
  • barbed wire = prikkeldraad
  • gap = opening
  • orchard = boomgaard
  • fragrant = geurig
  • fragrance/scent = geur
  • nursery = kwekerij
  • axe = bijl
  • root = wortel
  • tool = gereedschap
  • to mow = maaien
  • proper = geschikt/juist