Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Engels Nederlands
  • bicycle / bike = fiets
  • buy = kopen
  • cheap = goedkoop
  • crisps / chips (AmE) / chips = chips
  • leave = verlaten
  • mobile phone / cell phone (AmE) / cell phone = mobiele telefoon
  • potato – potatoes = aardappel / aardappelen
  • ring = bellen
  • sell = verkopen
  • shop = winkel / winkelen
  • shopping centre = winkelcentrum
  • sign = bord / bordje
  • spend = uitgeven / besteden
  • strawberry = aardbei
  • supermarket = supermarkt
  • expensive = duur
  • fashion = mode
  • first floor (BrE) / first floor / second floor (AmE) / second floor = eerste verdieping
  • furniture = meubels
  • gift / present = cadeau
  • ground floor (BrE) / ground floor / first floor (AmE) / first floor = begane grond
  • map = plattegrond / kaart
  • pull = trekken
  • shoes = schoenen
  • sound = klinken
  • button = knop
  • card = pas / bankpas
  • cash = contant geld
  • cash machine / ATM = geldautomaat
  • checkout / till = kassa
  • forget = vergeten
  • key = sleutel
  • picture = plaatje
  • pocket = broekzak
  • remember = onthouden / herinneren
  • return = terugkomen
  • screen = scherm
  • smell = ruiken
  • trainer = gymschoen
  • worry = zorgen maken
  • customer = klant
  • discount = korting
  • invoice = rekening / factuur
  • quantity / amount = hoeveelheid
  • sale = uitverkoop
  • shirt = overhemd
  • size = maat
  • T-shirt = T-shirt
  • winter coat = winterjas