Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Engels Nederlands
  • afraid of / scared of = bang van
  • beach = strand
  • beautiful / pretty = mooi
  • by plane = met het vliegtuig
  • cold = koud
  • holiday / vacation = vakantie
  • hot = warm
  • ice cream = ijsje
  • pocket money = zakgeld
  • sea = zee
  • travel = reizen
  • trip = reisje
  • spend = uitgeven / besteden
  • a pair of shorts / shorts = korte broek
  • breakfast = ontbijt
  • campsite = camping
  • choice = keuze
  • dinner = avondeten
  • emergency = noodgeval
  • exciting = spannend
  • jumper / sweatshirt / sweater = trui
  • jungle = oerwoud
  • lunch = middageten
  • sleeping bag = slaapzak
  • tour = rondreis / reis
  • city = stad
  • floor = verdieping
  • guide = gids
  • hungry = hongerig
  • message = bericht
  • sick = misselijk
  • till / until = tot
  • tired = moe
  • kitchen = keuken
  • sitting room = huiskamer
  • through = door / doorheen
  • weather = weer