Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Frans Nederlands
  • faire des courses = boodschappen doen
  • l’argent / le fric = het geld
  • tard = laat
  • plus tard = later
  • la poche = de zak
  • ne ... nulle part = nergens
  • comprendre = begrijpen
  • ça doit être = dat moet zijn
  • voler = stelen
  • le lendemain = de volgende dag
  • gagner = verdienen
  • mauvais, mauvaise / mauvais / mauvaise = slecht
  • accompagner = begeleiden
  • arrêter = stoppen
  • la chanson = het liedje
  • le début = het begin
  • sauver = redden
  • acheter = kopen
  • la chose = het ding