Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Frans Nederlands
  • un objectif = een doel
  • soutenir = steunen
  • avouer = bekennen
  • grimper = klimmen
  • entourer = omringen
  • le col = de (berg)pas / de bergpas / de pas
  • enneigé = ondergesneeuwd
  • ceux qui = degenen die
  • une association = een vereniging
  • parcouru = afgelegd
  • ça lui plaît = dat bevalt hem/haar / dat bevalt hem / dat bevalt haar
  • développer = ontwikkelen
  • la confiance = het vertrouwen
  • la corde = het touw
  • la falaise = de rotswand