Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Spaans Nederlands
  • abierto = open
  • aburrido = oninteressant, vervelend
  • aceptar = accepteren, aanvaarden
  • activo = actief
  • ancho = wijd, ruim
  • antiguo = ouderwets
  • antipático = antipathiek
  • atender = helpen (van klant)
  • bajo = klein (van postuur)
  • bici(cleta), la = fiets
  • blusa, la = bloes
  • caer (en) = vallen / vallen op
  • calcetines, los = sokken
  • camisa, la = overhemd
  • caro = duur
  • cerrado = gesloten
  • cheque, el = cheque
  • claro = licht, helder
  • cliente, el = klant
  • coger = pakken
  • corbata, la = stropdas
  • corto = kort
  • delgado = dun, mager
  • desear = wensen
  • desgraciadamente = helaas
  • elegante = elegant
  • esbelto = slank
  • escaparate, el = etalage
  • estampada = bedrukt
  • estrecho = krap, smal
  • extrovertido = extrovert
  • falda, la = rok
  • feo = lelijk
  • formal = formeel
  • gafas de sol, las = zonnebril
  • ganar = verdienen, winnen
  • gordo = dik, vet
  • gris = grijs
  • grueso = dik, groot
  • guapo = knap
  • joven, el = jongeman
  • jóvenes, los = jongelui
  • largo = lang, groot
  • llevar = dragen (v. kleding)
  • llevarse = meenemen
  • mayor = groter, ouder
  • medias, las = kousen
  • modelo, el = model
  • moreno = bruin (v. huidskleur)
  • negro = zwart
  • número, el = maat (v. schoenen)
  • optimista = optimistisch
  • oscuro = donker
  • pago, el = betaling, de
  • pantalones, los = broek
  • pasivo = passief
  • patatas fritas, las = friet
  • preferir (e>ie) geven = liever willen, de voorkeur
  • probarse = passen (v. kleding)
  • quizás = misschien
  • rápido = snel
  • rojo = rood
  • sencillamente = gewoonweg
  • sencillo = eenvoudig
  • simple = simpel, onnozel
  • sol, el = zon
  • tacón, el = hak
  • talla, la = maat (v. kleding)
  • tarjeta, la = kaart, (credit)card
  • temperatura, la = temperatuur
  • tímido = verlegen, schuchter
  • tonto = dom, dwaas
  • traje, el = pak, kostuum
  • vaqueros, los = spijkerbroek
  • verde = groen
  • vestido, el = jurk
  • ya no = niet meer
  • zapatillas, las = sportschoenen
  • zapatos, los = schoenen