Wozzol

Controleer altijd of een woordenlijst correct is voordat je hem gaat leren.

  • Spaans Nederlands
  • la abeja = de bij
  • el ambiente = de sfeer
  • el apoyo = de steun
  • aplicar = ademhalen
  • respirar / aplicar

    ademhalen

  • el auxilio = de hulp
  • La avispa = de wesp
  • la cabeza = het hoofd
  • causar = veroorzaken
  • producir / causar

    veroorzaken

  • chupar = (op)zuigen
  • el desorden = de wanorde
  • estar cansado = moe zijn
  • el estómago = de maag
  • encontrarse bien = zich goed / slecht voelen
  • evitar = vermijden
  • la fiebre = de koorts
  • la garganta = de keel
  • girar = draaien
  • la fractura = de breuk
  • la herida = de wond
  • infectarse = ontsteken
  • inofensivo = onschadelijk
  • el jabón = de zeep
  • la lesión = de blessure
  • el medicamento / la medicina = het medicijn
  • el médico de cabecera = de huisarts
  • el movimiento = de beweging
  • la nariz = de neus
  • necesario = nodig
  • la pastilla = de pil / het medicijn
  • picar = steken
  • la postura = de houding
  • reducir = verminderen
  • respirar = ademhalen
  • respirar / aplicar

    ademhalen

  • romper = breken
  • el tratamiento = de behandeling
  • el veneno = het gif
  • vomitar = overgeven