WelkomArtikelen efficiënt lerenWoordjes lerenFlitskaarten

Woordjes leren met flitskaarten

Lang voordat de computer werd uitgevonden werden woordjes al efficiënt geleerd. De beste methode om dit gestructureerd te doen is met flitskaarten. Dit is nu ook nog een hele goede manier en werkt goed in combinatie meer een woordjes leer app. Het grote voordeel van flitskaarten is dat je op een hele relaxte en natuurlijke manier op veel momenten even goed kan leren. Het nadeel is dat je zelf voor alle structuur in het leren moet zorgen. Bij een programma als Wozzol wordt dit voor je gedaan.

Hoe te leren met flitskaarten?

Open Wozzol als webapp (Deze functionaliteit is niet aanwezig in de Android app en de Apple app). Ga naar de woordenlijst waarvoor je flitskaarten wilt maken. Kies 'Printen als flashcards' uit het menu rechtsboven. Print vervolgens de gedownloade pdf dubbelzijdig uit. Knip de kaartjes uit. Vervolgens kan je ze gaan leren. Je kan de kaartjes ook opleuken met plaatjes of ezelsbruggetjes om de woordjes makkelijker te onthouden.

Het systeem

Welke kaartjes je wanneer leert moet je nu zelf bepalen. Dat kan het beste met gespreide herhaling en de Leitner leermethode. Dat werkt zo:

Neem een aantal bakjes. Zeg bakje één, twee en drie. Stop alle nieuwe kaartjes in bakje één. Overhoor jezelf alle kaartjes uit bakje één. Heb je ze fout dan blijven ze in bakje één. Heb je ze goed dan leg je ze in bakje twee. Ga door totdat er geen kaartjes meer in bakje één liggen. Stop nu en kom de volgende dag terug. Overhoor jezelf nu alle kaartjes in bakje twee. Leg de kaartjes die je goed hebt in bakje drie. Als je ze fout hebt leg je ze terug in bakje één.

Leer zo elke dag alle kaartjes in bakje één. Leer om de dag of om de paar dagen alle kaartjes in bakje twee. Leer elke week de kaartjes in bakje drie. Leer elke maand de kaartjes in bakje vier. Ga door zover je zelf wilt en eindig dan uiteindelijk met alle kaartjes in de prullenbak.

Leg de kaartjes van de woordjes die je echt moeilijk vind op een speciale prominente plaats. Bijvoorbeeld op de tafel of bij de wc. Leer deze vervolgens meerdere keren per dag wanneer je dit kaartje tegen komt. Als je denk dat je het woordje nu wel kent leg hem dan weer in bakje één.

Maak je nog veel fouten bij de overhoringen? Leer dan vaker. Gaat het je erg makkelijk af? Dan mag er iets meer tijd tussen de overhoringen zitten.

Veel succes!