De knoppen: wat leest Wozzol eraf?

Na het overhoren kies je hoe goed het ging. Wozzol kijkt niet alleen naar welke knop je kiest, maar ook naar hoe snel je hem indrukt. Twijfelen telt mee.

Wat je doetWat Wozzol eruit afleidtEffect op de moeilijkheidsgraad
Makkelijk, binnen 4 secondenje wist het meteen+ 0,10 makkelijker
Makkelijk, maar je deed er langer overgoed, niet moeiteloosblijft gelijk
Even nadenken, binnen 4 secondengoed, niet moeiteloosblijft gelijk
Even nadenken, en je deed er langer overhet kostte je echt moeite− 0,14 moeilijker
Net niet goedfoutmorgen weer, moeilijkheidsgraad blijft gelijk
Ik wist het nietfoutmorgen weer, moeilijkheidsgraad blijft gelijk

Twee dingen vallen hier meteen op. Ten eerste: er zijn geen vier factoren, maar twee knoppen die de moeilijkheidsgraad omhoog of omlaag duwen, en twee knoppen die het woordje simpelweg naar morgen sturen. Ten tweede: 'Makkelijk' en 'Even nadenken' liggen dichter bij elkaar dan je zou denken — het verschil zit vooral in de optelsom over veel overhoringen.

Bij een fout antwoord verandert de moeilijkheidsgraad niet. Het woordje wordt gewoon teruggezet naar één dag. We hebben ooit geprobeerd om een fout woordje wat verder vooruit te schuiven, maar snel opnieuw oefenen werkt beter.

Binnen de leersessie zelf gelden andere regels. Heb je een woordje goed — met welke van de twee goede knoppen dan ook — dan is hij voor vandaag klaar. Heb je hem fout, dan komt hij terug, en hij blijft terugkomen tot je hem een keer goed hebt: de sessie eindigt nooit met een woordje dat je nog niet wist. Daarbij komt 'Ik wist het niet' iets sneller terug dan 'Net niet goed': na drie andere woordjes in plaats van vier. Wist je hem echt niet, dan zet Wozzol het juiste antwoord net wat eerder weer voor je neus.

En zodra je een woordje fout hebt gehad, gaan de goede knoppen ook binnen de sessie meetellen. Weet je hem daarna meteen vlot ('Makkelijk' binnen vier seconden), dan is hij klaar. Kostte het je nog moeite, dan komt hij verderop in dezelfde sessie nóg een keer langs. Zo blijf je oefenen op de woordjes die nog niet goed kent.

De moeilijkheidsgraad is de vermenigvuldigingsfactor

Elk woordje krijgt per persoon een eigen moeilijkheidsgraad: een getal tussen 1,3 (heel moeilijk) en 2,5 (heel makkelijk). Nieuwe woordjes beginnen bij ons vrijwel altijd op 2,5, en zakken vanzelf als jij er moeite mee blijkt te hebben.

Dat getal is de factor waar je naar vroeg. Oefen je een woordje rond de dag dat het aan de beurt is, en heb je hem goed, dan geldt in grote lijnen:

  • nieuw interval = oud interval × moeilijkheidsgraad

De eerste twee stappen zijn vast: de eerste keer goed levert altijd 1 dag op, en de tweede keer goed vermenigvuldigt met ongeveer 4. Pas daarna gaat de moeilijkheidsgraad het werk doen. Heb je hem fout, dan sta je weer op 1 dag — en klim je dus opnieuw via die × 4.

Wat de knoppen op lange termijn doen

Hieronder hetzelfde woordje, twee keer, bij iemand met een gemiddelde leersnelheid. Links druk je steeds vlot op 'Makkelijk'. Rechts druk je steeds op 'Even nadenken' en doe je er even over. Beide keren heb je het woordje dus altijd goed.

OverhoringAltijd vlot 'Makkelijk'Altijd trage 'Even nadenken'
1e1 dag1 dag
2e4 dagen4 dagen
3e10 dagen9 dagen
4e25 dagen18 dagen
5e62 dagen35 dagen
6e156 dagen63 dagen
7e391 dagen101 dagen
8e977 dagen152 dagen
9eruim 3,5 jaar211 dagen
10eruim 4 jaar269 dagen

Rechts is de moeilijkheidsgraad in tien stappen gezakt van 2,5 naar 1,3, en daar loopt hij tegen de ondergrens aan: verder dan ongeveer × 1,3 per keer komt het niet meer. Links blijft het woordje op 2,5 staan en verviervoudigt de tijd elke twee overhoringen. Na acht keer overhoren, verspreid over ruim anderhalf jaar, kent iemand dat woordje volgens Wozzol bijna drie jaar.

Bovenaan zit trouwens een rem. Zou een interval boven de duizend dagen uitkomen, dan wordt de groei flink afgeknepen. Het heeft weinig zin om een woordje pas over vijftien jaar nog eens terug te laten komen.

Een echt woordje: il gelato

Dit is een Italiaans woordje uit onze database, met flitskaarten geleerd door iemand die netjes rond de geplande dag oefende. Elke rij is een echte overhoring. 'Perfect' is 'Makkelijk' binnen vier seconden; 'goed' is 'Makkelijk' na wat langer nadenken, of 'Even nadenken' binnen vier seconden.

DatumHoe het gingGeplandWerkelijk naFactorNieuw interval
28 jan 2022eerste keer geleerd1 dag
29 jan 2022goed1 dag1 dag× 4,04,0 dagen
1 feb 2022goed4,0 dagen3 dagen× 2,187,6 dagen
8 feb 2022perfect7,6 dagen7 dagen× 2,2516,4 dagen
24 feb 2022goed16,4 dagen16 dagen× 2,1835,3 dagen
31 mrt 2022goed35,3 dagen35 dagen× 2,1073,8 dagen
12 jun 2022perfect73,8 dagen73 dagen× 2,04149,6 dagen
8 nov 2022perfect149,6 dagen149 dagen× 2,05306,0 dagen
28 mrt 2023perfect, maar veel te vroeg306 dagen140 dagenblijft 306 dagen
29 jun 2023perfect, maar veel te vroeg306 dagen93 dagenblijft 306 dagen
30 apr 2024goed306 dagen306 dagen× 2,05627 dagen

Van 1 dag naar bijna twee jaar in elf overhoringen, waarvan er twee niets opleverden omdat ze veel te vroeg kwamen. Die twee zijn geen straf, maar ook geen winst: het interval blijft dan gewoon staan.

Reken je de tabel na, dan kloppen de laatste twee kolommen niet altijd precies op elkaar. Dat komt doordat Wozzol de factor niet loslaat op het geplande interval, maar op het gemiddelde van gepland en werkelijk. Oefen je een dag te vroeg, dan telt dat mee. Bij de laatste rij, waar gepland en werkelijk allebei 306 dagen zijn, klopt het wel exact: 306 × 2,05 = 627.

En zie je de factor langzaam dalen van 2,25 naar 2,05, terwijl de antwoorden juist goed blijven? Dat is niet het woordje — dat is de leersnelheid van deze leerder, die in diezelfde periode door Wozzol van ongeveer 1,0 naar 0,7 is bijgesteld. Daarover hieronder meer.

En een woordje dat niet wil blijven plakken: las cebollas

Hetzelfde principe, maar nu bij een woordje dat iemand keer op keer maar net goed had. De middelste kolom is de moeilijkheidsgraad waarmee Wozzol op dat moment rekende.

DatumMoeilijkheidsgraadVolgend interval
15 feb 20242,501 dag
16 feb 20242,361,8 dagen
17 feb 20242,212,6 dagen
19 feb 20242,214,1 dagen
23 feb 20242,066,6 dagen
29 feb 20241,929,8 dagen
9 mrt 20241,7813,4 dagen
3 apr 20241,6427,2 dagen
30 apr 20241,6440,4 dagen
14 jun 20241,7463,7 dagen
21 aug 20241,74102,8 dagen
1 dec 20241,84160 dagen

Precies zoals bedoeld: het woordje komt in het begin bijna elke dag terug, en pas als het echt begint te zitten — kijk naar april 2024, waar de antwoorden ineens vlot komen — klimt de moeilijkheidsgraad weer omhoog en gaan de intervallen mee. Dit woordje krijgt hetzelfde recept als 'il gelato', maar veel meer aandacht.

Jouw persoonlijke leersnelheid

Naast de moeilijkheidsgraad per woordje heeft elke leerder per talencombinatie een eigen leersnelheid. Hoe snel iemand leert is dus inderdaad persoonlijk, en Wozzol meet dat gewoon.

Eens per week kijkt Wozzol naar alle overhoringen die je die week op het juiste moment deed — als dat er genoeg zijn — en telt hoeveel procent daarvan je fout had. Het streefgetal is ongeveer 10 procent fout. Zit je daar structureel boven, dan gaat je leersnelheid iets omlaag en komen woordjes eerder terug. Zit je eronder, dan gaat hij iets omhoog. Het bijstellen gaat met kleine stapjes en de waarde blijft altijd tussen 0,7 en 2,0.

Zo pakt dat uit bij hetzelfde woordje met moeilijkheidsgraad 2,0:

OverhoringLeersnelheid 0,7Leersnelheid 1,0Leersnelheid 1,3
1e1 dag1 dag1 dag
3e5 dagen8 dagen11 dagen
5e15 dagen32 dagen59 dagen
7e44 dagen128 dagen315 dagen
9e127 dagen511 dagenruim 3 jaar

Van de ruim 129.000 talencombinaties in onze database staat het overgrote deel rond de 1,0. Zo'n 7 procent staat op 0,9 of lager, en een kwart procent op 1,1 of hoger. Wozzol grijpt dus zelden hard in — maar als jij consequent meer of minder vergeet dan gemiddeld, merk je dat wel degelijk in je dagelijkse aantal woordjes.

Te vroeg oefenen levert niets op

Oefen je een woordje ruim voordat het aan de beurt is, dan blijft het interval staan waar het stond. Je hebt het immers niet bewezen: dat je iets na drie dagen nog weet, zegt niets over of je het over drie maanden ook nog weet. Het is geen straf, maar het schiet ook niet op. Andersom telt te laat oefenen wél mee: als je een woordje na 400 dagen nog goed hebt terwijl er 300 gepland stonden, rekent Wozzol met die extra dagen.

Dat is meteen de belangrijkste tip die uit al deze getallen volgt: leer liever elke dag even kort dan één keer per week lang. Dan valt elke overhoring op het moment waarop hij het meeste oplevert.

Voor de liefhebber

De rekenkern van Wozzol is gebaseerd op de SuperMemo-algoritmes van Piotr Woźniak (SM-2 en SM-5), met een aantal eigen aanpassingen die we in de loop der jaren op onze eigen data hebben afgesteld.

  • De moeilijkheidsgraad heet in die literatuur de E-Factor en loopt van 1,3 tot 2,5. De aanpassing per antwoord (+0,10 / 0 / −0,14) volgt de standaardformule van SM-2.
  • De vertaling van een antwoord naar een cijfer gebeurt op een schaal van 0 tot 5. Alles onder de 3 is fout, en dat betekent altijd: morgen weer.
  • De vermenigvuldigingsfactor komt uit een tabel die per herhalingsnummer en per moeilijkheidsgraad een waarde bevat. In de praktijk ligt die waarde dicht bij de moeilijkheidsgraad zelf.
  • Bovenop dat alles komt de persoonlijke leersnelheid, en er zijn correcties voor het gebruik van hints, voor te vroeg oefenen en voor extreem lange intervallen.

Wat wij vooral geleerd hebben van al die jaren meten: de exacte getallen zijn minder belangrijk dan de discipline om elke dag even te leren. Een middelmatig algoritme met dagelijkse herhaling verslaat een perfect algoritme met wekelijkse herhaling.

Zelf kijken

Wil je dit voor je eigen woordjes zien? In de app kun je bij elk woordje de volledige geschiedenis opvragen: op welke dagen je hem overhoorde, hoe goed het toen ging, welke moeilijkheidsgraad Wozzol eraan hangt en welk interval eruit rolde. Precies de tabellen hierboven, maar dan van jou.